Leerkrachten
Richtlijnen voor oefeningen of toetsen op papier
Bladspiegel
Gebruik mat papier. Gebruik papier met voldoende dikte, om doorschijnen van de tekst te voorkomen. Voor dagelijks gebruik (printen of kopiëren) is regulier printpapier van 80 gram voldoende. (1)
Gebruik papier of een achtergrond in off-white. (2)
Kies een rustige, ruime en overzichtelijke opmaak met veel wit. Pas ruime marges toe. (9)
Plaats de lopende tekst bij voorkeur in één kolom. Afhankelijk van de breedte van de pagina kan tekst eventueel in meerdere kolommen worden gepresenteerd. Ook voor (reken)opgaven is dit een optie. (11)
Zorg voor grafisch duidelijk gescheiden kolommen, bijvoorbeeld de kolommen op ruime afstand van elkaar plaatsen. (12)
Plaats kolommen en tekstblokken in een logische leesrichting. Laat kolommen niet springen over de pagina. (13)
Houd de tekst alleen links uitgelijnd. (14)
Beperk de regellengte tot 60 of 70 karakters (= gemiddeld voor een A4-pagina). Bij regels die te lang zijn raken leerlingen de draad van de tekst kwijt. (15)
Vermijd diagonaal of verticaal geplaatste tekst. (16)
Bij materiaal voor het voortgezet onderwijs is een interlinie van 1 voldoende. Voor het primair onderwijs is een interlinie van 1,5 aan te raden. (17)
Voorzie bij oefeningen en proefwerken in voldoende schrijfruimte. (18)
Lettertype
Gebruik bij een witte achtergrond een lettertype in een percentage van zwart, bijvoorbeeld donkergrijs, in plaats van zuiver zwart. (20)
Gebruik een schreefloos lettertype. Goede voorbeelden zijn Arial, Comic Sans, Verdana, Helvetica, Tahoma, Trebuchet, Sassoon, Lexia Readable en Read Regular. Bij formules kan indien gewenst een schreefletter worden gebruikt. (21)
Bij de meeste schreefloze lettertypes is lettergrootte 12 voldoende. Wanneer een kleiner lettertype wordt gebruikt is het aan te raden de tekst te verbreden. Pas deze lettergrootte overal toe, ook bij registers of indexen. (22)
Schrijf tekst niet volledig in hoofdletters. (23)
Wissel niet van lettertype in de lopende tekst. (24)
Wanneer uit bronmateriaal wordt geciteerd of voorbeelden worden gegeven kan dit zo nodig in een afwijkend lettertype worden gepresenteerd. (25)
Het leest prettig wanneer kernwoorden gemarkeerd zijn. Het vet drukken van woorden heeft hierbij de voorkeur boven cursiveren. Vermijd het onderstrepen van woorden. (26)
Ongewoon gevormde letters veroorzaken erg veel leesproblemen. (28)
Houd bij de keuze van lettertypen rekening met de vormgeving van de cijfers. De getallen moeten goed van elkaar te onderscheiden zijn. Voor het weergeven van wiskundige en natuurkundige formules is Times New Roman een goede keuze. (29)
Markeer bij getallen van meer dan vier cijfers de duizendtallen met een halve spatie of leesteken. (30)
Illustraties en kleurgebruik
Een lay-out met zorgvuldig gebruik van illustraties, tussenkopjes en alinea's bevordert het begrip van de tekst. (31)
Functionele illustraties die de tekst ondersteunen kunnen tekstbegrip bevorderen en worden gewaardeerd. Illustraties breken de bladspiegel en verminderen de hoeveelheid tekst op een pagina, waardoor deze beter behapbaar wordt. (32)
Gebruik illustraties nooit als achtergrond achter de tekst. Maak een duidelijke scheiding tussen tekst en illustratie (33)
Het gebruik van kleuren, vooral bij veel verschillende kleuren of felle kleuren, leidt af van de inhoud van de tekst. Gebruik kleur daarom bij voorkeur wanneer het gebruik betekenis heeft. Het gebruik van kaders en kolommen heeft ook de voorkeur boven het gebruik van felle kleuren. (34)
Houd de middenvouw vrij van tekst en illustraties. (35)
Tekst en taal
Eindig een pagina met een volle zin. (38)
Maak zorgvuldig en consequent gebruik van interpunctie om zinnen, bijzinnen en opsommingen te markeren. Dit is belangrijk om tekst natuurlijk voor te laten lezen door voorleessoftware. (39)
Voorkom het gebruik van bijzinnen in bijzinnen. (40)
Gebruik zo veel mogelijk de actieve vorm. (41)
Bij opdrachten: geef korte en heldere instructies. (42)
Beperk het gebruik van afkortingen. (43)
Bewaar eenheid in de tekst door verbanden tussen zinnen expliciet te maken. (44)
Maak de te leren stof herkenbaar. Het gebruik van fictie moet illustratief zijn en in dienst staan van de te leren stof. (45)
Markeer bij getallen van meer dan vier cijfers de duizendtallen met een halve spatie of teken. (30)
Breek woorden niet af. (19)
Het leest prettig wanneer kernwoorden gemarkeerd zijn. Het vet drukken van woorden heeft hierbij de voorkeur boven cursiveren. Vermijd het onderstrepen van woorden. (25)
Voeg waar mogelijk elementen in die het scannend lezen bevorderen. Dit zijn bijvoorbeeld duidelijke kopjes, opsommingen, afbeeldingen, inhoudsopgave, pictogrammen en een index. (4)
Als een opdracht uit meerdere deelopdrachten bestaat, zet deze dan onder elkaar. (6)
Richtlijnen voor oefeningen of toetsen op computer
Zorg voor een consistente opmaak op alle schermpagina's. (58)
Gebruikers moeten zich kunnen concentreren op de inhoud. Zorg er dus voor dat het ontwerp simpel en eenvoudig is. (59)
Zorg ervoor dat alle acties ongedaan te maken zijn. Waarschuw de gebruiker wanneer een bepaalde handeling onomkeerbaar is of wanneer besturingsfouten worden gemaakt. (60)
Start presentaties/filmpjes nooit zomaar, zorg dat de gebruiker de controle heeft. (61)
Voorzie altijd in de mogelijkheid animaties en video's te pauzeren. (62)
Geef de mogelijkheid tekst te vergroten of te verkleinen. (64)
Gebruik afbeeldingen, grafieken en plaatjes om de tekstvakken te breken. (66)
Vermijd het gebruik van bewegende tekst. Dit vormt een probleem voor tekst-naar-spraak software. (69)
Vormgevers
Richtlijnen voor folio
Formaat
Een boek dient hoger te zijn dan breed. Brede (vierkante) boeken leveren problemen op wanneer pagina's gescand worden voor gebruik in voorleesprogramma's. (10)
Bladspiegel
Kies een rustige, ruime en overzichtelijke opmaak met veel wit. Pas ruime marges toe. (9)
Plaats de lopende tekst bij voorkeur in één kolom. Afhankelijk van de breedte van het boek kan tekst eventueel in meerdere kolommen worden gepresenteerd. Ook voor (reken)opgaven is dit een optie. (11)
Zorg voor grafisch duidelijk gescheiden kolommen, bijvoorbeeld de kolommen op ruime afstand van elkaar plaatsen. (12)
Plaats kolommen en tekstblokken in een logische leesrichting. Laat kolommen niet springen over de pagina. (13)
Houd de tekst alleen links uitgelijnd. (14)
Beperk de regellengte tot 60 of 70 karakters (= gemiddeld voor een A4-pagina). Bij regels die te lang zijn raken leerlingen de draad van de tekst kwijt. (15)
Vermijd diagonaal of verticaal geplaatste tekst. (16)
Bij materiaal voor het voortgezet onderwijs is een interlinie van 1 voldoende. Voor het primair onderwijs is een interlinie van 1,5 aan te raden. (17)
Voorzie in werkboeken en proefwerken in voldoende schrijfruimte. (18)
Lettertype
Gebruik bij een witte achtergrond een lettertype in een percentage van zwart, bijvoorbeeld donkergrijs, in plaats van zuiver zwart. (20)
Gebruik een schreefloos lettertype. Goede voorbeelden zijn Arial, Comic Sans, Verdana, Helvetica, Tahoma, Trebuchet, Sassoon, Lexia Readable en Read Regular. Bij formules kan indien gewenst een schreefletter worden gebruikt. (21)
Bij de meeste schreefloze lettertypes is lettergrootte 12 voldoende. Wanneer een kleiner lettertype wordt gebruikt is het aan te raden de tekst te verbreden. Pas deze lettergrootte overal toe, ook bij registers of indexen. (22)
Schrijf tekst niet volledig in hoofdletters. (23)
Wissel niet van lettertype in de lopende tekst. (24)
Wanneer uit bronmateriaal wordt geciteerd of voorbeelden worden gegeven kan dit zo nodig in een afwijkend lettertype worden gepresenteerd. (25)
Het leest prettig wanneer kernwoorden gemarkeerd zijn. Het vet drukken van woorden heeft hierbij de voorkeur boven cursiveren. Vermijd het onderstrepen van woorden. (26)
Onderstreep de hyperlinks in de tekst (27)
Ongewoon gevormde letters veroorzaken erg veel leesproblemen. (28)
Houd bij de keuze van lettertypen rekening met de vormgeving van de cijfers. De getallen moeten goed van elkaar te onderscheiden zijn. Voor het weergeven van wiskundige en natuurkundige formules is Times New Roman een goede keuze. (29)
Markeer bij getallen van meer dan vier cijfers de duizendtallen met een halve spatie of leesteken. (30)
Illustraties en kleurgebruik
Een lay-out met zorgvuldig gebruik van illustraties, tussenkopjes en alinea's belangrijk voor het toepassen van begrijpend lezen strategieën. (31)
Functionele illustraties die de tekst ondersteunen kunnen tekstbegrip bevorderen en worden gewaardeerd. Illustraties breken de bladspiegel en verminderen de hoeveelheid tekst op een pagina, waardoor deze beter behapbaar wordt. (32)
Gebruik illustraties niet als achtergrond achter de tekst. Maak een duidelijke scheiding tussen tekst en illustratie (33)
Het gebruik van kleuren, vooral bij veel verschillende kleuren of felle kleuren, leidt af van de inhoud van de tekst. Gebruik kleur daarom bij voorkeur wanneer het gebruik betekenis heeft. Het gebruik van kaders en kolommen heeft ook de voorkeur boven het gebruik van felle kleuren. (34)
Houd de middenvouw vrij van tekst en illustraties. (35)
Richtlijnen voor digitaal materiaal
Navigatie
Geef de lezer te allen tijde inzicht in waar hij zich bevindt in de website. (46)
Voeg een site-map toe. (= plattegrond van de website). (47)
Zorg ervoor dat een gebruiker altijd terug kan naar een vorige pagina. (48)
Zorg ervoor dat de webpagina's nooit meer dan drie links van de homepage verwijderd zijn. (49)
Plaats navigatietools bij elkaar, bij voorkeur aan de linkerkant van het scherm. (50)
Gebruik duidelijke iconen die de navigatiemogelijkheden verduidelijken. (51)
Houd menu's kort en zorg ervoor dat de items in een menu inhoudelijk overeenkomen met de titel van het menu. (52)
Groepeer de items van een menu of toolbar in samenhangende groepen van 2-5 items. (53)
De ordering van de items in een groep moet logisch zijn, bijvoorbeeld op basis van orde van grootte, alfabet, volgorde van uitvoering of op basis van de verwachte gebruiksfrequentie. (54)
Geef menu's functionele namen, die aangeven waar het onderliggende programma voor is. (55)
Wees spaarzaam in het gebruik van submenu's. (56)
Voorkom dat toepassingen alleen toegankelijk zijn via popup-menu's. Het kan voorkomen dat gebruikers niet op de hoogte zijn van de aanwezigheid van popup-menu's. Zorg dus dat alle toepassingen (ook) via hoofdmenu's toegankelijk zijn. (57)
Opmaak en toepassingen
Zorg voor een consistente opmaak op alle subpagina's van de website. (58)
Gebruikers moeten zich kunnen concentreren op de inhoud. Zorg er dus voor dat het ontwerp simpel en eenvoudig is. Zorg ervoor dat alle toepassingen relevant en informatief zijn. (59)
Zorg ervoor dat alle acties ongedaan te maken zijn. Waarschuw de gebruiker wanneer een bepaalde handeling onomkeerbaar is of wanneer besturingsfouten worden gemaakt. (60)
Start presentaties/filmpjes nooit zomaar, zorg dat de gebruiker de controle heeft. (61)
Voorzie altijd in de mogelijkheid animaties en video's te pauzeren. (62)
Auditieve informatie of audio-ondersteuning moet regelbaar zijn in snelheid en volume. (63)
Geef de mogelijkheid tekst te vergroten of te verkleinen. (64)
Voorzie in de mogelijkheid audio en afbeeldingen te onderdrukken. (65)
Gebruik afbeeldingen, grafieken en plaatjes om de tekstvakken te breken. Let er wel op dat het soms een poosje duurt voordat een afbeelding is geladen. (66)
Maak in de tekst zichtbaar, door middel van kleurverandering, welke links reeds zijn geopend. (68)
Vermijd het gebruik van bewegende tekst. Dit vormt een probleem voor tekst-naar-spraak software. (69)
Voorzie in een voorleesfunctie op websites. Vergezel ook materiaal op informatiedragers van de mogelijkheid de tekst voor te laten lezen. (70)
Zorg dat de pagina printvriendelijk is, of dat een printvriendelijke pagina kan worden afgedrukt. (73)
Samenhang tussen materiaal
Maak het materiaal consistent: zorg dat zowel de folio als digitale applicaties samenhangen in lay-out, typografie en gebruikte terminologie. (36)
Zorg dat de koppelingen tussen het tekstboek en de aanvullende materialen, zoals werkboek, CD-rom of audio en digitaal materiaal helder en eenduidig gemarkeerd zijn. (37)
Productiebegeleiders
Druk of print op mat papier. Gebruik papier met voldoende dikte, om doorschijnen van de tekst te voorkomen. Voor dagelijks gebruik (printen of kopiëren) is regulier printpapier van 80 gram voldoende. (1)
Gebruik papier of een achtergrond in off-white. (2)
Een boek dient hoger te zijn dan breed. Brede (vierkante) boeken leveren problemen op wanneer pagina's gescand worden voor gebruik in voorleesprogramma's. (10)
Auteurs
Richtlijnen voor folio
Eindig een pagina met een volle zin. (38)
Maak zorgvuldig en consequent gebruik van interpunctie om zinnen, bijzinnen en opsommingen te markeren. Dit is belangrijk om tekst natuurlijk voor te laten lezen door voorleessoftware. (39)
Voorkom het gebruik van bijzinnen in bijzinnen. (40)
Gebruik zo veel mogelijk de actieve vorm. (41)
Bij opdrachten: geef korte en heldere instructies. (42)
Beperk het gebruik van afkortingen. (43)
Bewaar eenheid in de tekst door verbanden tussen zinnen expliciet te maken. (44)
Maak de te leren stof herkenbaar. Het gebruik van fictie moet illustratief zijn en in dienst staan van de te leren stof. (45)
Markeer bij getallen van meer dan vier cijfers de duizendtallen met een halve spatie of teken. (30)
Breek woorden niet af. (19)
Het leest prettig wanneer kernwoorden gemarkeerd zijn. Het vet drukken van woorden heeft hierbij de voorkeur boven cursiveren. Vermijd het onderstrepen van woorden. (25)
Voeg waar mogelijk elementen in die het scannend lezen bevorderen. Dit zijn bijvoorbeeld duidelijke kopjes, opsommingen, afbeeldingen, inhoudsopgave, pictogrammen en een index. (4)
Studiehulpen als samenvattingen, leerdoelen en een overzicht van de belangrijkste begrippen helpen de stof te verwerken. (5)
Als een opdracht uit meerdere deelopdrachten bestaat, zet deze dan onder elkaar. (6)
Voeg naslagmogelijkheden toe, zoals een lijst met afkortingen, een verklarende woordenlijst en/of een register (7)
Een lay-out met zorgvuldig gebruik van illustraties, tussenkopjes en alinea's is belangrijk voor het toepassen van begrijpend lezen strategieën. (31)
Functionele illustraties die de tekst ondersteunen kunnen tekstbegrip bevorderen en worden gewaardeerd. Illustraties breken de bladspiegel en verminderen de hoeveelheid tekst op een pagina, waardoor deze beter behapbaar wordt. (32)
Houd de tekst alleen links uitgelijnd. (14)
Schrijf tekst niet volledig in hoofdletters. (23)
Wissel niet van lettertype in de lopende tekst. (24)
Richtlijnen voor digitaal materiaal
Houd menu's kort en zorg ervoor dat de items in een menu inhoudelijk overeenkomen met de titel van het menu. (52)
De ordering van de items in een groep moet logisch zijn, bijvoorbeeld op basis van orde van grootte, alfabet, volgorde van uitvoering of op basis van de verwachte gebruiksfrequentie. (53)
Geef menu's functionele namen, die aangeven waar het onderliggende programma voor is. (54)
Voorzie in de mogelijkheid audio en afbeeldingen te onderdrukken. (65)
Voeg een effectieve help-functie toe. (71)
Voeg eventueel een eenvoudige, duidelijke handleiding toe. (72)
Voorzie in een overzicht van gebruikte hyperlinks.(67)
Illustratoren
Een lay-out met zorgvuldig gebruik van illustraties, tussenkopjes en alinea's bevordert het begrip van de tekst. (31)
Functionele illustraties die de tekst ondersteunen kunnen tekstbegrip bevorderen en worden gewaardeerd. Illustraties breken de bladspiegel en verminderen de hoeveelheid tekst op een pagina, waardoor deze beter behapbaar wordt. (32)
Gebruik illustraties niet als achtergrond achter de tekst. Maak een duidelijke scheiding tussen tekst en illustratie (33)
Houd de middenvouw vrij van tekst en illustraties. (36)
Aanvulling voor digitaal materiaal
Gebruik afbeeldingen, grafieken en plaatjes om de tekstvakken te breken. Let er wel op dat het soms een poosje duurt voordat een afbeelding is geladen. (66)
Uitgevers
Richtlijnen voor folio
Zorg voor een aantrekkelijke en informatieve boekomslag met duidelijke belettering. (3)
Voeg naslagmogelijkheden toe, zoals een lijst met afkortingen, een verklarende woordenlijst en/of een register (7)
Maak woordenlijsten met oefenwoordjes digitaal beschikbaar. (8)
Richtlijnen voor digitaal materiaal
Voorzie in een voorleesfunctie op websites. Vergezel ook materiaal op informatiedragers van de mogelijkheid de tekst voor te laten lezen. (70)
Voeg een effectieve help-functie toe. (71)